Halve vleeskip

Mijn zoon is een halve vleeskip.

Ik kwam deze week in de klas van onze zoon. Hij zit in groep 7, met 24 andere jongens en meiden, en zijn juf natuurlijk.
Zoon kwam tussen tafels, stoelen en medeleerlingen van achter uit de klas naar voren gedoolhoft. Dat was het moment dat ik dacht: hoe kan het dat we zoveel leerlingen in een hok stoppen en verwachten dat ze tot leren komen.

Ik kom al jaren in klaslokalen om leerkrachten te helpen met het bereiken van elke leerling. Ik adviseer leerkrachten geregeld om het lokaal zo in te delen dat ze zelf ook bewegingsruimte hebben. Ik kom in klassen die zo vol zijn dat er weinig ruimte is tussen de leerlingen en hun meubilair.

Na dit klassenbezoek, van 46 seconden, ben ik nog meer dan ooit ervan overtuigd dat we ons onderwijs anders moeten inrichten.

Ik ben gaan struinen op internet naar iets dat ik hier kan gebruiken als metafoor en kwam ik terecht in de wereld van de vleeskippen. Ik ben tot de conclusie gekomen dat onze zoon een halve vleeskip is.

Laat het me uitleggen.

Er mag maximaal 33 kilogram vleeskip op een vierkante meter scharrelen, aldus de gegevens op een site van de overheid.
Onze zoon weegt (toevallig) 33 kilogram. Hij leeft 5 en een half uur per dag in een ruimte van 8 x 8 = 64 vierkante meter.
Die 64 vierkante meter deelt hij met tafels, stoelen, kasten,
een instructietafel, een juf, haar buro en stoel en met 24 medeleerlingen.

De bruto vloeroppervlak van 64 m2 wordt, wanneer je het vaste meubilair er afhaalt, een netto oppervlak van 50 m2.
Dat houdt in dat hij 2 m2 tot zijn beschikking heeft. En dat maakt hem, voor wat betreft lichaamsgewizht in relatie tot leefruimte, tot halve vleeskip. Ik weet dat elke vergelijking ergens mank gaat, zeker als je beseft dat elke vleeskip 2,3 kg weegt en er dus iets meer dan 20 vleeskippen op een vierkante meter mogen bivakkeren.

En toch. Verbeeld eens. De leer/bewegings/leefruimte van zoon is een vierkant van 1 meter 40 bij 1 meter 40. Teken maar eens uit op de grond en je gaat zien dat dat, zo vind ik althans, niet veel is.
Bij vleeskippen spreken ze van een bezettingsdichtheid van 33 kilogram per m2.
Mijn zoon zit in een lokaal met een bezettingsdichtheid van 33 kilogram per 2 m2.

Mijn vragen aan jou: Hoeveel vierkante meter heb jij op je werk tot je beschikking?
Hoeveel heb je nodig om tot kwalitatief goed werk te komen?

Op de site van een organisatie die fel gekant is tegen de vleeskippenproductie staat:
De combinatie van een vochtige, zure poepvloer en te weinig beweging, geeft de dieren (lees: vleeskippen) ammoniakbrandwonden, zoals voetzoolzweren en brandhakken.

Leerlingen die zo dicht op elkaar zitten nodigen elkaar, door woorden, de toon waarop ze iets zeggen, lichaamshouding, gebaren en mimiek uit om op elkaar te reageren. En waneer er leerlingen bij zijn die meer beweging nodig hebben en dat door gedrag kenbaar maken kun je op je vingers natellen dat er makkelijk stresgedrag ontstaat. Alleen zijn dat geen voetzoolzweren en ammoniakbrandwonden maar in een lokaal leidt dat eenvoudig tot leidt tot slachtoffergedrag, beschuldigingen en aanvalsgedrag.

Er zijn leerlingen die beweging nodig hebben. 25 % van de leerlingen heeft het nodig om geregeld ‘van groep naar groep’ te bewegen en ‘staand na te denken’.
10 % van de leerlingen in de klas heeft het nodig om geregeld ‘alleen te zijn.’
35 % van de leerlingen vindt het prettig om ‘een op een’ met een ander van gedachten te wisselen, meningen te bediscussieren en 30 % van de leerlingen heeft als psychologische behoefte gezien te worden om wie hij of zij is.
(Waar die cijfers vandaan komen vertel ik je tijdens een driedaagse basistraining PCM die ik geregeld geef, check www.ziez-onderwijs.nl )

Kinderen zitten te dicht op elkaar. Ze hebben te weinig ruimte om hun psychologische behoefte te vervullen.
Ik ga niet in op de historische oorsprong met betrekking tot lokaalgrootte, simpelweg omdat ik dat niet interessant vind.
Wat ik wel belangrijk vindt is dat we elk van de leerlingen beter bereiken door onder andere de bezettingsdichtheid te veranderen. Van 33 kilogram per 2m2 naar 33 kilogram per minstens 10 vierkante meter per leerling. Dat getal is arbitrair en nergens op gebaseerd, ik wil slechts aangeven dat we onze scholen anders moeten inrichten.
We hebben in ons land een politieke partij die opkomt voor het welzijn van dieren.

Tegelijkertijd accepteren we dat we in klaslokalen een bezettingsdichtheid hebben die amper het dubbele is dan dat van vleeskippen.

Kijk eens in het lokaal van uw zoon of dochter. Zou u vijfenhalf uur in die ruimte willen doorbrengen met 24 leeftijdgenoten?

Fijn Jelte, dat je dit aan de orde stelt. Maar blijft het bij jou bij roepen of heb je ook een oplossing?

Nee, het blijft niet bij roepen, en ja, ik heb de oplossing.
Ik ga het komende schooljaar een school begeleiden waarbij de bezettingsdichtheid wordt besproken. Ik heb de afgelopen maand scholen uitgedaagd om bij mij te solliciteren. Op dit moment voer ik gesprekken met organisaties. En met een van die scholen ga ik in zee om er, op basis van de pijlers ‘opbrengsten’; ‘psychologische behoefte’; ‘aanspreekkanaal’ en ‘omgevingsvoorkeur’ een school van te maken die een voorbeeldschool gaat worden.
Tijdens die gesprekken neem ik het verhaal van onze vleeskipzoon mee.

Tegelijkertijd daag ik jou uit om je gedachten te laten gaan over hoe jij je school zo kunt inrichten dat elke leerling meer bewegingsruimte kan krijgen. Ik hoor graag je oplossing(en)