Elke leerling OXYTOCINE

‘Wist je door oxytocine aardiger wordt?’ vraag je. Ik kijk je aan, hou mijn hoofd scheef en schud mijn hoofd. ‘Dat staat in dit boek,’ zeg je en je leest voor dat oxytocine je aardiger, guller en rustiger maakt. Dat je er meer vertrouwen van krijgt en minder snel bang bent. En dat oxytocine wordt aangemaakt bij knuffels.

Ik knik, open mijn armen en verwelkom je er middenin. Je slaat je armen om me heen. Bijna tien ben je en je leest een boek over het lichaam. We knuffelen. Een minuut later ontknuffel je me en gaat weer verder met lezen met een nieuwe dosis oxytocine in je lijf. En ik ook. Terwijl jij leest denk ik na. Dat doe ik zo nu en dan heel vaak ongestoord en uitgebreid wanneer ik reflectief en kalm de wereld inkijk zonder anderen om me heen. En ik besef dat ik ook dáármee mijn eigen portie oxytocine aanmaak. Daar heb ik niet precies een knuffel voor nodig. Ik ben, zo besef ik, door alleen te mogen zijn, in staat mijn eigen oxytocine aan te maken. Opeens heb ik een plaatje voor ogen dat ik graag wil delen:

In de klas kunnen we niet, om bij elke leerling een portie oxytocine aan te maken, de hele dag een knuffeljuf of knuffelmeester zijn. Ik hoor het commentaar al: “Er moet ook geleerd worden.” Ik weet inmiddels, door de observaties die ik verricht in lokalen, en vanuit het theoretische kader waarmee ik werk én de praktische invulling van dat theoretische kader dat er wel degelijk manieren zijn om, zo noem ik het maar even, het kind uit te nodigen ‘zijn eigen batterij te vullen.’ Het is geweldig om te zien dat in onze gestructureerde manier van werken binnen klaslokalen leerkrachten de ruimte nemen om binnen de regels die we hebben afgesproken leerlingen, elk op een bij het kind passende manier zijn of haar dosis bij hem passende oxytocine te geven. (ik weet dat het niet echt kan maar het is het beeld dat ik heb, de metafoor die ik gebruik 🙂 )

Soms, en ook dat zie ik, is er veel te weinig oxytocine in de klas aanwezig. Dan is er een groepsdynamiek die niet te stoppen lijkt, gedrag dat oncontroleerbaar lijkt, geen vertrouwen en niet sprake van ‘aardig, waardig en vaardig.’ En dat terwijl we, ook zonder wetenschappelijk onderbouwd onderzoek, diep van binnen weten dat veiligheid, vrijheid, relatie, ruimte kernbegrippen zijn, daar waar het gaat om de ontplooiing van leerlingen en (we zijn niet voor niets een school) het ‘tot leren komen.’

Het goede nieuws is dat ik veel leerkrachten de afgelopen jaren heb geholpen om een omslag teweeg te brengen in denken en in handelen. Binnen het theoretische kader waarbinnen ik werk (en de praktische uitvoering ervan) gaat het om acht psychologische behoeften die ik leerkrachten laat herkennen, erkennen en duiden. We hebben ze allemaal alle acht nodig, maar een of twee ervan hebben we (en daarmee ook elk van de leerlingen) verreweg het meest nodig.

Voor de lezers die van lijstjes houden: – erkenning voor werk; – erkenning voor (tijd)structuur; – erkenning voor opvatting; – speels contact; – uitdaging; – alleen zijn; – erkenning voor wie je bent als persoon; – zintuiglijke prikkeling.

Een lijstje is maar een lijstje. Het zijn containerbegrippen. Ik laat je tijdens de trainingen en workshops die ik verzorg zien, ondergaan en oefenen met het HOE. Hoe voldoe je aan de psychologische behoefte? Bij jezelf, en bij de ander. In september bijvoorbeeld, in Odoorn. En wanneer je liever in je eigen omgeving de training wilt volgen kom ik naar je toe. Ik garandeer dat je tijdens de training meer oxytocine aanmaakt. Omdat dat ervoor zorgt dat elke leerling wordt gezien om wie hij is waarna we kunnen zien wat hij kan. Terwijl ik dit schrijf komt onze zoon even bij me staan en geeft me een portie. ‘Ik ga weer verder lezen hoor,’ zegt hij en zonder op antwoord te wachten laat hij me alleen terwijl de oxytocine zijn werk doet.

Meer weten?

 http://www.ziez-onderwijs.nl/basistraining-pcm/