fluiten

Vandaag was ik terug op de school waar ik mijn onderwijsloopbaan begon. Het voelde goed om er weer binnen te zijn, rond te kijken en te mogen meedenken met de leerkrachten over ‘hoe bereik ik elk kind.’
We kwamen tot de conclusie dat het daarom draait: hoe zie ik elk kind, hoe bereik ik elk kind in elk lokaal en wat kan ik als leerkracht doen om een kind écht te bereiken.
Want als je een kind écht bereikt dan weet het jou ook te vinden. En als vanzelf schoot me dit te binnen:

‘Meester?’
Er wordt een zeer dringend beroep op me gedaan.
Joke heeft me al drie keer geroepen. Ondertussen trekt ze aan mijn jas. Ik reageer niet want ik ben ik gesprek met haar juf.
‘Meestuuuuuuur’, klaagt ze.
Als je net zes jaar bent en je wilt met alle geweld iets vertellen dan is dat meteen ook het belangrijkste van de hele wereld. Ik sluit mijn gesprek met juf eerder af dan ik van plan was (want natuurlijk ben ik toch wel heel nieuwsgierig naar wat Joke te vertellen heeft) en kijk haar in de ogen.
‘Wat voor belangrijks heb je me te vertellen?’
Ik laat in een flits de mogelijkheden aan me voorbij gaan.
‘Mijn opa ligt in het ziekenhuis’, zou het kunnen zijn.
Of ‘Ons konijn is dood.’ Misschien wel ‘Ik ga verhuizen.’
Maar nee.
‘Meester, ik kan fluiten. Wil je dat horen?’
Ik kijk haar glimlachend aan.
Ik kan fluiten, zei ze. Ik kan fluiten.
‘Dat lijkt me leuk’, zeg ik.
Ze tuit haar lippen en blaast lucht naar buiten. En inderdaad komt er een geluid uit haar mond dat in de verte lijkt op fluiten. Het is nog geen sterk geluid, het klinkt wat voorzichtig maar het is fluiten.
‘Goed zeg. Van wie heb je dat geleerd?’
‘Van mezelf.’
‘Wauw, van jezelf. Zo maar?’
‘Nee, gewoon. Ik kan fluiten.’
‘Dat heb ik gehoord. Mooi Joke.’
Ze fladdert bij me vandaan en ik begrijp dat ze niet meer wilde delen dan dat.
Mooi dat iets als fluiten zo belangrijk kan zijn, dat je iets geleerd hebt, iets dat je leven weer veranderd. Gisteren nog niet kunnen fluiten en nu zo maar opeens wel.
Verder op in de gang staat juf Marja te praten met juf Hèlen. Joke gaat er tussen staan en probeert de aandacht van beiden te krijgen.
‘Juhuf.’
Als ik wegloop, op weg naar mijn eerste kop koffie van de dag hoor ik Joke kraaien:
‘Ik kan fluiten.’

Fluitend slenter ik door vandaag en hoop dat deze dag een sprook is die nog lang en gelukkig duurt…
Ik weet wat het is om elk kind te bereiken en daarmee raak ik weer even aan het kind dat ik zelf was/ben. Zomaar!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *