gewond

Gisteren mocht ik observeren in een klaslokaal. Dat is genieten, zeker als ik in de nabespreking een verschil kan maken. Een verschil in de relatie tussen dat ene kind en de juf door op een andere manier te kijken naar het gedrag van het kind, en naar de functie van dat gedrag. Soms moet je de tijd nemen om stil te staan en het kind centraal te stellen. Om klein te kijken naar wat de functie is van dat wat het kind doet.
Tijd nemen dus en tegelijkerTIJD besef ik dat we ons vaak laten leiden door de waan van de dag, getuige onderstaande belevenis. Opdracht aan mezelf: sta stil bij het kleine!

Jarno is op het schoolplein aan het voetballen. Hij zit in groep 3 en doet mee met een paar jongens uit de hoogste groepen. Hij is niet afwachtend maar hij krijgt niet al te veel ballen voor zijn voeten. Hij moet het doen met de restjes, de kruimels van de ouderen. Als een bal door één van hen verkeerd geschopt wordt en in de buurt van Jarno komt is hij de koning te rijk en speelt de bal met een schuivertje terug in de richting van het doel. Hij wipt van zijn ene op zijn andere been in afwachting van wat er komen gaat. Zelf ben ik ook op het schoolplein. Ik heb geen pleindienst maar het is mooi weer en ik kijk even hoe de kinderen aan het spelen zijn. Ze springen, huppelen, vallen, voetballen, springen touwtje, zitten achter elkaar aan te vangen, verstoppen zich en komen schaterlachend tevoorschijn. Enkele moeders kijken oplettend en belangstellend toe hoe hun kroost de tijd doorkomt tot kwart over één.

Dan krijg ik een seintje vanuit school: telefoon. Wat dat simpele woord teweegbrengt…. In plaats van rustig naar binnen te lopen meen ik een pasversnelling te moeten inzetten oftewel ik begin te rennen (stel je voor dat ik degene aan de andere kant van de lijn te lang laat wachten). Van het ene eind van het schoolplein naar de andere kant is niet zo ver maar ik ontwikkel, als zeg ik het zelf, een behoorlijke snelheid. Ondertussen rolt de voetbal langzaam over het plein. Jarno kijkt om zich heen en ziet dat niemand achter de bal aanloopt. Twee jongens bakkeleien een beetje over een gemiste kans en Jarno ziet de bal gaan. Dit is mijn kans, denkt hij en hij zet zijn lichaam in beweging. Ik zie de bal rollen, zie Jarno er achter aan gaan en ik weet dat we elkaar niet kunnen ontwijken. Mijn onafrembare snelheid, zijn loopbaan, het is onvermijdelijk. Als in slow motion pak ik Jarno beet, draai me vlak boven de grond om in de lucht terwijl ik naar Jarno’s hoofd kijk en weet dat die niet als eerste op de grond moet komen. Hij komt zittend op de tegels van het schoolplein terecht terwijl ik nog even tijdens het vliegmoment om me heen kijk en zie dat (zo lijkt het tenminste) iedereen naar ons kijkt. Schuivend en schurend draai ik over mijn rechterschouder alvorens drie tegels verder tot stilstand te komen. Ik kom overeind, kijk Jarno net zo onthutst aan als hij mij.
‘Dat was een geweldige botsing’, mompel ik. ‘Alles goed Jarno?’
Jarno knikt. Een paar moeders doen stappen in de richting van Jarno om hém te helpen. Mij laten ze liggen. Jarno echter heeft niets en gaat alsnog achter de bal aan.
Ik bekijk mijn beschadigde handpalmen, voel aan mijn schouder en mijn rechterbeen en loop naar binnen.
‘Moeten we de EHBO trommel nog halen?’, vraagt een moeder net even te laat.
Ik wuif het weg met een bebloed handgebaar. Die middag geef ik les aan groep 3, 4 en 5 en vol trots laat ik mijn geschuurde bebloede handen zien terwijl ik probeer wat medelijden op te wekken. Daar trappen ze niet in.
‘Moet je maar niet rennen op het schoolplein’, zegt Koos en ik geef hem groot gelijk.

Het telefoontje was trouwens een mevrouw die een telefonische enquête wilde afnemen. Beleefd heb ik haar afgewimpeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *