Jongleren met koffiekopjes

Vandaag was ik gast in een klaslokaal bij 26 kinderen van groep 7. Ik ben al vaker in dit lokaal geweest om de twee leerkrachten en hun leerlingen te observeren.

En nu mocht ik zelf lesgeven. Dat werd gefilmd met als doel om samen met de leerkrachten te kunnen analyseren hoe elk van de kinderen reageert op mijn aanwezigheid en mijn manier van lesgeven.

Aan de leerkrachten heb ik de afgelopen tijd duidelijk kunnen maken wat de manier van omgaan met leerlingen die ik uitdraag betekent voor het onderwijs.

Ik geef met mijn aanpak aan dat er nu een antwoord is op de vraag HOE je als leerkracht ieder kind kunt bereiken!

Taibi Kahler, een Amerikaans klinisch psycholoog, heeft veel onderzoek gedaan naar HOE we iets zeggen.

Hij onderzocht woorden, toon, gebaren, mimiek en lichaamshouding en kwam tot verrassende conclusies. Hij ontdekte observeerbare patronen in gedrag. Vrij vertaald: bepaalde clusters van gedrag die niet alleen aangeven welke ‘taal’ iemand spreekt, maar ook hoe iemand gemotiveerd wordt, welk gedrag iemand laat zien onder stress en in welke omgeving iemand het meest op z’n gemak is. In totaal ontdekte hij zes clusters en gaf ze de namen Harmoniser, Gestructureerd denker, Doorzetter, Rebel, Dromer, Promotor. Hij benadrukte dat iedereen de kenmerken van al deze clusters in zich heeft. Echter één cluster is dominant. Hij noemt dit het Basistype. Zijn ontdekkingen heeft hij samengevat in het Process Communication Model.

Mijn opdracht aan de leerkrachten is om de taal te leren ‘taal’ spreken van elk type, om de gedragsclusters te leren herkennen en te leren hoe je elke type kunt motiveren, hoe je stressgedrag kunt voorkomen of als stressgedrag toch voor komt je een gerichte interventie kunt doen.

En toen kwam mijn ‘teach what you preach’ moment en stond ik voor de klas. Een uur lang (kort).

Ik eindigde de les met een verhaal over mijn alter ego meester Korneel. Hij en ik, we jongleerden… met koffiekopjes!

Ze zaten op het puntje van de stoel terwijl de kopjes sierlijk door het luchtruim zweefden.

Misschien heb je er nog nooit over nagedacht maar bij jongleren met drie voorwerpen heb je altijd één van de drie in je hand. Vlak voor het moment dat een koffiekopje in je hand terecht komt moet je de tweede opgooien terwijl je in je andere hand een koffiekopje vasthoudt.

Dát is onderwijs: zeker weten dat je het altijd zelf in de hand hebt. ALTIJD.

De leerkrachten voor deze klas deden aan het begin van dit traject krampachtig hun best om ‘probleemgedrag’ voor te zijn. Om alert te zijn op alles wat er gebeurde, om de instructie ‘zo kort mogelijk te houden’ om ze maar aan het werk te hebben en om ‘te gaan zitten op beheersbaarheid.’ Gevolg was vaak dat ze zelf op de toppen van hun tenen liepen (letterlijk en figuurlijk) en niet meer toe kwamen aan het geven van autonomie aan het kind. Coöperatieve werkvormen werden bijna niet meer uitgevoerd omdat ‘ze dat niet aankonden.’

Ik begon mijn les met een coöperatieve werkvorm. Het ging prima. Ze praatten elkaar bij over wat ze wisten van procenten, bekeken folders waarin de kortingen je om de oren vlogen en ze haalden kennis op.

Daarna gaf ik instructie, liet verwerkingsopdrachten maken, liep rond, maakte contact, zette in beweging, bemoedigde en liet kinderen trots zijn op wat ze hadden bereikt. Er was geen onrust, er was werkruis en op het moment dat ik de aandacht vroeg was er een luisterhouding. Ik gaf natuurlijk wel aan dat ze verder mochten met hun werk terwijl ik met complimenten strooide en de vervolgopdracht herhaalde.

Maar Jelte… iedereen moet toch naar je luisteren? Pen neer? Ogen jouw kant op?

Nope… Mijn uitgangspunt: ik stoor een groot aantal kinderen die lekker aan het werk zijn. Ik laat ze gewoon lekker verder werken terwijl ik wat informatie uitstrooi. (Help me eraan herinneren dat ik hier later een uitgebreid artikel over moet schrijven.)

En gedurende de hele les was ik ontspannen. Ik hoefde niet alert te zijn. Er ging niemand naar de wc, betrokkenheid was groot en ik kon investeren in een op een hulp, gesprekjes, aanmoedigen en observeren.

Ik had altijd, om de metafoor van het jongleren te gebruiken, een koffiekopje vast. Dat is zekerheid. Ik liet twee koffiekopjes los en kreeg werkruis terug. Ik liet los en kreeg ervoor terug dat een van de jongens me vroeg om me te helpen met instructie geven. Hij kreeg toestemming en gaf, terwijl hij rondliep, aan klasgenoten instructie over waar ze moeite mee hadden. Ik liet los in de wetenschap dat ik zekerheid had. In dat ene koffiekopje dat er steeds vast in mijn hand zat was alle kennis, alle vaardigheid aanwezig die ik heb als leerkracht. Het model directe instructie zit in mijn hoofd, in mijn genen. Ik heb een repertoire om te bemoedigen, om te corrigeren, te laten lachen, samen te laten werken, aan te moedigen en waar nodig aan te sporen. Ik heb, net als jij, de zekerheid dat ik elke situatie onder controle kan krijgen. Ik weet, en dat zit ook in dat ene koffiekopje, de zekerheid dat ik in staat ben om mijn eigen stress te managen. Ik heb in mijn koffiekopje daarbij ook de theorie en praktijk van het Process Communication Model gestopt waardoor ik, naast de kennis en vaardigheden, nog meer zeker ben van hoe ik naar de wereld kijk, wat mijn kwaliteiten en valkuilen zijn en hoe ik in staat ben om elk kind te bereiken.

En ja. Ik heb gejongleerd. Met koffiekopjes. Als afsluiting van een les die meer ging over relatie, verbinding, dan over inhoud.

Als afsluiting van een les die voor de observerende leerkrachten oogopeners gaf. Die ze de zekerheid gaf dat ze het zelf ook al heel goed doen met daarbij de uitdaging om te gaan jongleren. Niet meteen met koffiekopjes maar wel met hun eigen arsenaal aan kennis, didactische en vooral verbindende vaardigheden.

Ik ben Jelte. Ik jongleer. Jongleer je mee?

Wil je ook je (verbindende) vaardigheden versterken? Jongleer dan via deze link naar de mogelijkheden en zet de volgende stap in het versterken van je kwaliteiten als lesgevende.

basistraining PCM