Opvliegend? Ammehoela!!!

Opvliegend. Zo bestempelen we hem graag. De leerling, het kind dat met een priemende vinger voor zijn klasgenoot staat, zijn ogen als zwarte kooltjes, stampend en sperend met zijn handen, roepend: ‘Je zit op mijn stoel!’

Het zijn de leerlingen in je lokaal die zo nu en dan vooral focussen op wat NIET goed gaat. Die wantrouwend kunnen kijken en de regels in de klas, zo lijkt het, in hun hoofd hebben opgeslagen op een makkelijk toegankelijke en vlot oproepbare plek. Ze hebben het nodig, zo weet je, dat je ze kaders biedt waarbinnen ze het best gedijen. Ze hebben het nodig dat de opdrachten die ze krijgen enige relevantie hebben met het ‘echte leven.’ Ze zijn betrouwbaar, opmerkzaam en loyaal. Het lijkt, zo bedenk ik, of ze een boek in hun hoofd hebben. In het boek staan regels. Afspraken die ze met zichzelf hebben gemaakt. Afspraken die gebaseerd zijn op normen en waarden. En soms gebeurt er iets en dan pakken ze in een mini seconde hun boek uit hun hoofd en lezen of wat er gebeurt klopt met wat er in hun boek staat. Wanneer dat niet zo is dan reageren ze. Waarom? Om de ander er op te wijzen dat wat diegene doet niet past binnen de kaders van de regels in hun boek. Omdat ze denken dat iedereen hetzelfde boek met dezelfde regels heeft. En omdat ze zelf graag betrouwbaar willen zijn maken ze de ander opmerkzaam op het feit dat die buiten de regels, zoals zij die kennen, omgaan.

Misschien heb je een zoon of dochter die je in bovenstaande beschrijving herkent. Wellicht herken je het bij zelf of zeggen anderen dit over jou of een leerling van je school.

Dit blog gaat over de leerling die het geweldig vindt om in een kleine groep te opereren. Het liefst een op een. Om meningen en opvattingen te delen met een ander; om een discussie aan te gaan; om het te hebben over het werk dat ze moeten doen. De intern gemotiveerde leerling die ziet wat er speelt in de klas, die een invaljuf wil helpen omdat het op die manier gaat zoals het altijd gaat.

Die leerling dus. Het is de leerling die onder andere drie geweldige eigenschappen/ kwaliteiten heeft: toegewijd, opmerkzaam en gewetensvol.

En juist die laatste kwaliteit zorgt ervoor dat er een verkeerd beeld kan ontstaan over deze leerlingen.

De kans is groot dat je bij het woord gewetensvol denkt aan andere woorden met dezelfde betekenis:

accuraat, angstvallig, consciëntieus, diepgaand, gedetailleerd, getrouw, grondig, letterlijk, minutieus, nauwkeurig, plichtsgetrouw, precies, punctueel, secuur, stipt, strikt, woordelijk, zorgvuldig.

Wat een positieve eigenschappen. Hoe kan het dan dat iemand die vanuit deze kwaliteiten distress laat zien: kritiek hebben op anderen die niet zo betrokken zijn, koppig zijn over de juiste manier (zijn eigen manier, gebaseerd op de regels in zijn eigen hoofd). Vaak ‘je moet’ zeggen, achterdochtig zijn en wantrouwend. Overgevoelig zijn voor negatieve feedback en overbezorgd ten aanzien van eerlijkheid.

Het ligt heel dicht bij elkaar. Juist iemand die zijn woord geeft en zich daaraan houdt investeert in vertrouwen. Maar wat nou wanneer die ander een heel ander boek in zijn hoofd heeft? met heel andere regels? Of dat hij denkt dat de ander ook zijn regels in diens boek heeft staan?

Het gewetensvolle zorgt er juist voor wanneer deze leerling geen erkenning krijgt voor het feit dat hij een opvatting, een mening heeft, hij gaat aanvallen.

Opvliegend, noemen ze dat…

Besef dan wanneer hij op vliegt, dat eraan vooraf is gegaan dat zijn kwaliteiten niet werden gezien en erkend. Besef dan dat hij, vanuit zijn boek, gelijk heeft. Het enige, juf, dat je mag doen is erachter komen wat er in zijn boek staat.

Niet door hem te redden (er zijn nog genoeg stoelen in de klas; pak die maar; hij mag toch ook wel even op jouw stoel zitten;…) maar door hem, nadat je hem hebt gezegd dat je zijn mening hebt gehoord, hem uit te nodigen te vertellen wat er over wat er is voorgevallen om erachter te komen wat er in zijn boek staat.

Dat, juf, heeft hij nodig. Zie je dat tweede synoniem juf. Er staat angstvallig. En dat woord geeft precies aan waar zijn distress en zijn kwaliteit in elkaar versmelten. Hij is angstig om het feit dat anderen hem niet betrouwbaar zouden kunnen vinden. Angstvallig houdt hij op deze manier zichzelf constant een spiegel voor om ervoor te waken dat hij betrouwbaar blijft. Dat is een kwaliteit juf. En als hij opvliegend is komt dat omdat hij met alle angst in zich probeert je te overtuigen van het feit dat hij eigenlijk heel betrouwbaar is. Dat is een tegenstelling juf? Misschien wel. Help je hem juf? Als je signalen krijg dat hij zijn distress laat zien, wil je hem dan eerst erkenning geven voor dat hij vasthoudt aan zijn normen en waarden en daarna het gesprek met hem aangaat.

Dan nodig je hem uit om uit zijn eigen distress te blijven en kan hij je meenemen in zijn gedachtegang die hij maar al te graag wil leggen naast die van jou, juf.

Niet om vast te houden aan zijn regels maar om te leren van die van jou. Op die manier ontdekken jullie samen de wereld en herschrijft hij de regels in zijn boek, stelt zijn mening bij en investeert met jou in jullie vertrouwensband.

Doe je mee, juf, hoe denk jij erover, wat is jouw mening?

Wil je (veel) meer weten over waarom kinderen ‘opvliegen’, door welke bril jij naar de wereld, naar de ander kijkt? Wil je weten welk communicatiekanaal jijzelf het meest gebruikt en welke kwaliteiten vooral bij jou passen? In de driedaagse basistraining die ik verzorg in Odoorn op 14 en 15 september + 10 november 2017 krijg je antwoord. Neem je tijd om daarop te reflecteren.

Meer info