Pestles

Pest les

‘We hadden een pestles op school’, zei hij.

Ik fronste mijn wenkbrauwen terwijl ik met de rug naar hem toe stond en me naar hem toedraaide.

‘Anti-pest-les?’ vroeg ik.

‘Ja, zoiets. Dat je praat over pesten. En dat het niet mag. En dat je een ander moet helpen, ook als je er niet bij betrokken bent.’

Ik vraag niet verder en jij zegt verder niets. En ik denk: wat mag/moet ik hiermee?

Ik besef dat het woord pesten me tegen is gaan staan. Vooral omdat scholen een pestprotocol moeten hebben. Omdat het een mythe is dat een ander je een slecht gevoel kan geven en dat het een mythe is dat je een ander een goed gevoel kan geven.

Ik besef dat er leerlingen zijn die zonder plezier naar school gaan, die het liefst thuis willen zitten, die elke dag naar school als een martelgang zien. Dat moet niet, dat mag niet. En tegelijkertijd denk ik niet dat we dat oplossen door alleen maar “pestlessen” en door te pas en te onpas het woord “pesten” in de mond te nemen. Het verhaal dat ik je wil vertellen gaat niet over “pesten” maar over psychologische behoefte. Binnenkort vertel ik dat verhaal in Odoorn.

Wat ik ga vertellen?

  • Dat we in het onderwijs nog meer gaan observeren wat de psychologische behoefte is van elk van de leerlingen.
  • Dat wat we pestgedrag noemen in feite twee leerlingen zijn die gedrag (verbaal en nonverbaal) tentoonspreiden dat hun kwaliteiten maskeert door tweede graads distress gedrag. Het tweede graads distress gedrag van de een zorgt dat de ander ook, in plaats van zijn kwaliteiten, zijn tweede graads masker opzet.
  • Dat we dan aanvals,- beschuldigers,- en slachtoffermaskers zien en kunnen herkennen.
  • Dat we die kunnen waarnemen door te observeren: de toon waarop de betrokkenen iets zeggen; op wat ze inhoudelijk zeggen; op de mimiek, de lichaamshouding en de gebaren.
  • Dat we, wanneer we in staat zijn het voorkeurs aanspreekkanaal van elke betrokkene vast te stellen, elk van de leerlingen kunnen uitnodigen uit hun distress te blijven nadat we beseffen wat hun psychologische behoefte, hun levensvraag en levensthema is.
  • Dat we, wanneer we weten of een leerling zich meer prettig voelt in een veilige groep; liever van groep naar groep gaat; liever alleen is of de voorkeur geeft aan één op één gesprekken, onze school zo kunnen inrichten dat we voldoen aan elk van de omgevingsvoorkeuren.
  • Dat we, wanneer we in staat zijn als leerkrachten om aan te sluiten bij elk van die unieke kinderen, een school hebben waar iedereen met plezier naar toe gaat.

HOE werkt dat dan? Ik snap nog niet helemaal wat je zegt Jelte…

Dat snap ik. Het is ondoenlijk om je op papier, in een artikeltje van 800 woorden uit te leggen wat ik doe, hoe ik dat doe en waarom ik doe wat ik doe.

Dat lukt niet op papier. Dat kan ik niet beschrijven in een boek. Dat is geen lesje dat ik je een keer in de week geef. Dat moet je ondergaan: horen, voelen; zien. Dan wordt het, na veel oefenen, een deel van je leven zoals het een levensveranderende verandering in mijn leven is.

En wanneer je met me in de theorie en praktijk duikt weet ik zeker dat je thuis komt en vol enthousiaste tegen je partner/echtgenoot/vriend/ouder/dochter zegt:

‘Dit geeft woorden aan mijn intuïtie. Hier wil ik alles van weten.’

Ik leg je binnenkort in anderhalf uur tijd de 228 woorden die ik schreef onder het kopje “Wat ik ga vertellen?” uit. Niet om je ergens van te overtuigen (omdat het een mythe is dat ik een ander waar dan ook van kan overtuigen) maar om je een verhaal te vertellen.

Over mezelf. Over hoe ik voor de klas stond en voor groepen sta. Hoe ik inmiddels in meer dan 200 lokalen observeerde en groepsdynamiek in kaart bracht; hoe ik interactie tussen leerkracht en leerlingen beschreef en besprak; hoe ik aan de slag ging met zelfinzicht bij de leerkracht en we samen uitzochten wat zijn perceptie, zijn kijk op de wereld is. En hoe elk van die leerkachten inzicht kreeg in het op de beste, bij elke leerling passende manier aan te sluiten.

Ik vertel mijn verhaal. Over hoe ik op gevoel les gaf, en nu woorden heb, samengevat: HOE ik het zeg maakt dat de leerlingen horen WAT ik zeg. En wanneer we dat voorleven gaan leerlingen meer focussen op de kwaliteiten van hun medeleerlingen.

Genoeg gepraat!

Op 28 juni praat ik je bij. Anderhalf uur lang. Van 19.30 uur tot 21.00 uur. Interactief, interessant, waardevol, humorvol en passievol.

In Odoorn, Valtherweg 11. Gratis toegang. Laat even weten of je komt. Ben je al eens geweest deel dan dit bericht met iemand die je ook kennis wilt laten maken. Dat waardeer ik.