Radslag IN school

071Wanneer kinderen de hele dag op  een eendimensionale manier tot leren worden aangezet komen ze niet allemaal tot leren! De lessen zullen, om elk kind te bereiken, een mix moeten zijn van zeker zes manieren van aanbieden. De leerkracht/docent mag zich hierbij het volgende afvragen.

Hoe kan ik:

  1. er voor zorgen dat de taak waardevol is
  2. erkenning geven voor werk en structuur in tijd aanbrengen
  3. persoonlijke erkenning geven
  4. reflectietijd inbouwen
  5. actie en uitdaging inbouwen
  6. het leuk maken

Ik daag je uit om na te denken: welke van bovenstaande pas je onvoldoende toe in je lessen? Vervolgens daag ik je uit om juist die manier van aanbieden morgen toe te passen. Doen! Je zult zien dat elk kind meer energie heeft als je hem geeft wat hij echt nodig heeft. En jij ook!
Ondertussen denk ik aan Henriëtte. Ik denk dat zij het geweldig zou vinden als we voor haar een “radslagbaan” IN school zouden maken… Henriëtte loopt over het sportveld. Henriëtte zit in groep drie en is te herkennen aan een wapperende staart met een rode strik er in. Aan haar voeten heeft ze een paar stevige stappers waarmee ze dapper over het grote voetbalveld banjert tijdens de sportdag. Ik bekijk haar vanaf de zijlijn, nieuwsgierig als ik ben naar hoe kinderen spelend sporten. Henriëtte rent over de hindernisbaan alsof de onderdelen niet bestaan. Ze rent en rent tot ze over de finish is om vervolgens rustig om zich heen te kijken. Ze vraagt niet naar haar tijd, ze gaat zitten in het door ochtenddauw bevochtigde gras en besluit nog even een koprol te maken. Na de koprol ook nog even een koprol achterover maar haar lichaam blijf halverwege steken zodat ze de poging staakt. Touwtrekken is aan de beurt. Henriëtte is niet gebouwd voor touwtrekken en de ploeg waarin ze zit verliest meer dan dat ze wint. Het maakt Henriëtte niet zo veel uit. Ze doet haar best, maakt na afloop een halve radslag en een koprol en laat zich op het gras vallen. Ze toetert, op weg naar een volgend onderdeel, nog even door zo’n aantrekkelijke oranje kegel waarvan elke juf of meester zegt dat je er niet door mag toeteren. Ze rent achter een grote gele bal aan die echt een hele andere kant op gaat dan ze zelf wil, wordt achterna gezeten door een klasgenootje en zit zelf iemand achterna waarna ze nog even een radslag probeert. Ze komt niet zo hoog meer van de grond met haar benen, ik schat ongeveer 30 centimeter. Ik denk en verwacht dat de vermoeidheid toeslaat. Na nog een mooie koprol voorover blijft ze uitgestrekt op haar rug liggen. Ik zie haar naar boven kijken, naar de hoge wolken die langzaam door de blauwe lucht drijven. Ik kijk met haar mee en hoor even niets. Ik sluit me af van iedereen om me heen en laat me door de wolken vervoeren. In de wolken zie ik de vorm van een hondenkop en een konijn. Ik zie het gezicht van iemand die ik niet ken en een schip. Langzaam glijden ze boven me langs en vervagen als ik gewekt wordt door het signaal om te wisselen. Henriëtte is al verder gelopen met haar groep. Ze sjokt er een beetje achter aan. Ze loopt vlak langs me. We zeggen niets tegen elkaar, wisselen geen woorden maar alleen door naar haar te kijken zie ik dat ze geniet, dat ze spelend sport en sportend speelt, dat ze haar best doet om zichzelf te overwinnen. De rode strik in haar haar brengt ze met een simpel gebaar op de goede plek waarna ze haar vinger opsteekt op de vraag van de begeleidende moeder wie er drinken zou willen hebben. Ik loop naar haar toe. ,,Ben je al moe?”, vraag ik. ,,Nog lang niet.” ,,Kun je nog wel een radslag doen dan?” Ze kijkt me aan met ogen die zeggen: Natuurlijk kan ik dat. Ze zet haar pakje drinken neer, neemt een aanloop en laat een geweldige radslag zien. De tenen aan haar voeten priemen door de lucht, proberen de hoge wolken te raken als ze een halve cirkel in de lucht maakt. De wolken glijden verder als ze netjes landt. Henriëtte heeft het naar de zin. Ze maakt ook nog een koprol achterover, pakt haar drinken en vraagt:,,Wanneer gaan we weer verder?” Ik laat haar met een gerust hart achter. Niet moe te krijgen. Als ik haar tegen het eind van de ochtend tegen kom met een diploma in de hand feliciteer ik haar. Ze huppelt, terwijl ze nog een keer achterom kijkend zwaait, blij en vrolijk naar de uitgang van het sportpark.

Meer over mijn beweegredenen: http://www.ziez-onderwijs.nl/brief-uit-mijn-hart/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *