Vragensteller

bezemsteelKoos heeft ADHD. Tenminste, dat wordt er gezegd. Hij kan, zo vinden ‘ze’, moeilijk stil zitten, is snel afgeleid en kan moeilijk op zijn beurt wachten. Hij kan niet rustig spelen en valt anderen in de rede. Hij zucht, steun en roept geregeld ‘ja, maar’.
Koos, zo zie ik hem, is creatief. Hij heeft humor, bedenkt bijzondere dingen en in zijn hoofd speelt er veel wat ‘wij’ niet weten. En hij weet niet dat wij het niet weten. Koos heeft speels contact nodig, zo veel is duidelijk. En wanneer hij dat krijgt staat hij in zijn kracht. En zijn meester ook. En zijn juf. En zijn vader. En zijn moeder. En…
Daarom dit stukje. Voor Koos. En zijn vader. En zijn moeder. En zijn juf. En…

Koos is nieuwsgierig. Elk kind is nieuwsgierig. Dat is de basis voor elke les: maak een kind nieuwsgierig en je krijgt het voor elkaar om kennis over te dragen. Een oude sok wordt een handpop; een praatplaat die met de achterkant naar voren voor het bord hangt (wat zal er deze keer op de plaat te zien zijn?); het nog niet mogen openen van een boek: alles is er op gericht om nieuwsgierigheid op te wekken. Elk kind wil meer weten, wil leren. Elk kind wil weten wat er achter de gesloten deur verborgen is. Maar soms leidt nieuwsgierigheid wel tot een heel vreemd, geweldig gesprek op een maandagmorgen zo tegen half negen.
‘Meester, wat doe je?’, vraagt Koos als ik met een bezem naar buiten loop.
‘Ik loop met een bezem naar buiten.’
‘Ja, ha ha, dat zie ik ook.’
‘Mooi.’
‘Maar wat ga je doen dan?’
‘Oefenen voor majorette. Oefenen om de stok op mijn vinger te laten staan eigenlijk.’
‘Ja ja.’
‘Dan niet!’
‘Waarom dan?’
‘Ze hebben me voor het Russisch staatscircus gevraagd.’
‘Oh.’
Koos weet geen vraag meer te bedenken. Hij loopt me achterna naar buiten.
Ik veeg het zand van de stoep.
‘Het was wel smerig hè?’
Ik kijk hem aan en knik.
‘Moet je bij het circus ook zand vegen?’
Ik kijk Koos verbaasd aan.
‘Ja, de hele piste moet geveegd worden. Elke dag maar weer.’
‘Dat kun je wel goed hè meester?’
‘Kun je wel zeggen. Dat heb ik hier wel geleerd.’
‘Als ik bij het circus wil werken, moet ik dan eerst ook leren vegen?’
‘Ja zeker.’
‘Moet ik dan ook eerst meester worden, meester!’
‘Ja.’
‘Dan kom ik nooit van mijn leven in het circus terecht.’
Hij kijkt me guitig aan van onder zijn bril.
‘Wat wil je later worden dan?’
‘Vragensteller!’
‘Vragensteller?’
‘Ja, dan hoef ik nooit meer antwoord te geven.’
De hele maandag ben ik van slag af. Vragensteller. Gunst, vragensteller. Als ik Koos later die dag tegenkom als hij in het halletje naar de wc’s loopt glimlach ik.
‘Dag vragensteller.’
‘Hoi meester veger van het circus.’

Ik ben op zoek naar mensen die met passie en liefde over onderwijs en kinderen schrijven. Ik verzamel hun columns, verhalen…
Ken je iemand die blogjes schrijft en die publiceert?

Laat het me weten en ik verspreid ze via mijn site/ Facebook pagina: ZieZ

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *