Ziendromen

Ziendromen (1)

Ik schreef een artikel waarin 10 ziendromen staan beschreven. Je weet wel…

ZIENDROMEN: al die gedragsafwijkingen die we in onze onderwijspraktijk tegenkomen en we in geuren en kleuren, soms met een vette knipoog maar vaak heel serieus, vertellen op feestjes, in de personeelskamer en op congressen over ziendromen. Op soms hilarische wijze waarbij we de leerling nadoen in woord, toon, gebaar, lichaamshouding en mimiek.

Ziendroom 1: Brandoefeningsziendroom beschrijving: Het kind dat (naar het schijnt) bij het minste of geringste in paniek raakt. Te herkennen aan opmerkingen die het hard, en vaak op het verkeerde moment uitroept: ‘Juf, ik ben mijn pen kwijt; Ik kan mijn schrift niet vinden; mijn schrift is vol; nee hè… zitten mijn vingers alweer onder de inkt/ ranja/ chocola; ja, maar ik heb het niet gedaan. Natuurlijk bestaat het brandoefeningsziendroom niet. Er bestaan alleen leerlingen die we allemaal, elk met hun eigen kwaliteiten en behoeften, willen bereiken. En dat vinden we soms heeeeeel lastig. Door een leerling een ziendroom aan praten maken we ons soms lastige werk meer dragelijk omdat we er dan zelf beter uitkomen terwijl we eigenlijk zeggen dat wij moeite hebben met het omgaan met ziendroomgedrag. Toch?
(morgen deel 2)

Ziendromen (2)

Ik schreef een artikel waarin 10 ziendromen staan beschreven. Je weet wel… ZIENDROMEN: al die gedragsafwijkingen die we in onze onderwijspraktijk tegenkomen en waarover we in geuren en kleuren, soms met een vette knipoog, over de top aangezet, maar vaak heel serieus, als was het een ernstige ziekte, vertellen op feestjes, in de personeelskamer en op congressen over ziendromen. Op soms hilarische wijze waarbij we de leerling nadoen in woord, toon, gebaar, lichaamshouding en mimiek.

Ziendroom 2: Trekkerziendroom Het kind dat zeer gevoelige oren heeft en buiten het lokaal álles hoort (en vervolgens wil zien) dat met tractoren (of aanverwante artikelen) te maken heeft. Te herkennen aan de volgende opmerkingen: Wauw, het is een John Deer; Coole striping; Mooi geluid man!; ik hoor iets!; Zo kan ik niet werken; Wat is dat?’ Ik probeer te doorgronden waarom we in het onderwijs labellen. Waarom we het nodig hebben om een leerling te “etiketeren”. Is dat om dezelfde taal te spreken? Om onszelf beter uit te laten komen? Immers: het kind heeft een probleem, niet wij. En vanzelfsprekend pleit ik ervoor om minder te labellen en meer te kijken naar wat elke leerling nodig heeft. De vakanties eindigen, het labellen kan weer beginnen…
morgen deel 3

Ziendromen (3)

Ik schreef een artikel waarin 10 ziendromen staan beschreven. Je weet wel… ZIENDROMEN: al die gedragsafwijkingen die we in onze onderwijspraktijk tegenkomen en waarover we in geuren en kleuren, soms met een vette knipoog, over de top aangezet, maar vaak heel serieus, als was het een ernstige ziekte, vertellen op feestjes, in de personeelskamer en op congressen over ziendromen. Op soms hilarische wijze waarbij we de leerling nadoen in woord, toon, gebaar, lichaamshouding en mimiek.

Middelpuntziendroom. Het kind dat het telkens weer lukt om precies in het middelpunt van de belangstelling te komen. Te herkennen aan het op een iets hoger dan gemiddeld decibelniveau door het lokaal roepen: ik weet het, ik weet het, ik weet het; zo mag het toch niet!; tsss, dat je dat niet weet; makkie!; hij doet het anders; zij is niet aan de beurt, toch juf? Herken je deze leerling in je klas? Ze lijken heel opmerkzaam, als scheidsrechters die precies de regels weten en alleen focussen op wat niet goed gaat. We vinden deze leerlingen lastig omdat ze anderen op een hautaine manier de les lezen. Ik kom in veel lokalen en zie geregeld handelingsverlegenheid m.b.t. het middelpuntziendroom. Mijn vraag aan jou: hoe reageer jij op leerlingen met dit ziendroom?
morgen deel 4

Ziendromen (4)

Ik schreef een artikel waarin 10 ziendromen staan beschreven. Je weet wel… ZIENDROMEN: al die gedragsafwijkingen die we in onze onderwijspraktijk tegenkomen en waarover we in geuren en kleuren, soms met een vette knipoog, over de top aangezet, maar vaak heel serieus, als was het een ernstige ziekte, vertellen op feestjes, in de personeelskamer en op congressen. Op soms hilarische wijze waarbij we de leerling nadoen in woord, toon, gebaar, lichaamshouding en mimiek.

Maandagmorgenkringziendroom Het kind dat zich op maandagmorgen heeft voorgenomen eens uitgebreid en gedetailleerd te gaan vertellen over alle belevenissen van het weekend. Te herkennen aan: ‘… en toen; …en toen; oh ja, bijna vergeten; en weet je dat ik ook nog… Elke leerkracht die deze leerling in de klas heeft gehad herkent dit gedrag bij de leerling. Wat we vergeten te doen is te kijken naar de feiten. Doet deze leerling het wel ‘altijd’? Leerkrachten die ervan lijken te genieten door het probleemgedrag telkens te benadrukken zijn niet geïnteresseerd in feiten en de oorzaak. Het lijkt voor het gevoel van gezamenlijkheid prettiger om het gedrag van de leerling samen minder positief weg te zetten. Scholen beginnen weer. Luister maar hoe vaak je dit fenomeen in school tegenkomt.
Morgen deel 5

Ziendromen (5)

Ik heb het flierefluitziendroom. Erg hè. Ik ben de jongen in je klas die standaard op elke vraag zijn ogen wat wegdraait, om, zoals het lijkt, uit contact te blijven. Mijn helblauwe ogen zijn er wel maar hebben bij onverwachte vragen een doffe glans. Dan lijkt het of ik wegdroom naar een of ander wolkig luchtkasteel dat alleen ik zie. In elk lokaal heb je meer leerlingen zoals ik. We veroorzaken geen deining, zijn kalm en aan het eind van de dag kijk je naar me en denkt: was Jelte er wel vandaag? Ik schrijf elke dag een stukje over ziendromen. Om jou, en daarmee mezelf, bewust te maken van het feit dat we snel een kind ‘wegzetten’; ‘labellen’; ‘etiketteren’. We hebben het over add, adhd en odd en nog meer ‘dis-orders’. Uit het voorvoegsel ‘dis’ blijkt al dat het afwijkend is. Ik pleit ervoor en neem het voortouw om alleen te gaan kijken naar de manier waarop leerlingen naar de wereld kijken (perceptie); karaktersterkten en de psychologische behoefte van elke leerling. Dat is observeerbaar. En ja, ook mijn gedrag is observeerbaar. Wil je een keer weten hoe het flierefluitziendroom er in het echt uit ziet, maak dan een afspraak met me en ik vertel je er alles over. 😉 Ik vertel je dan meteen hoe je deze observatietechniek in je klas toe kunt passen morgen deel 6.

Ziendromen (6)

Ik ben ‘kleutermeester’ geweest. Ik was 21, er waren geen banen in het onderwijs voorhanden en ik ‘mocht kleuters doen’. Daar stond ik, met al mijn ambities, en ik strikte veters, draaide strak aangedraaide bekerdoppen los, verzamelde haar dat een jongen van zijn eigen hoofd had geknipt, ruimde overgeefsel op en beslechtte ruzietjes (maar zij kan geen prinses zijn, dat ben ik al!). Ook toen al hadden we ziendromen zoals het “weetjeziendroom”. De leerling die op de meest onverwachte (en vooral ongelegen) momenten (start van het kringgesprek; wc-bezoek; koffiedrinkmoment) bij je komt om je iets te vertellen. Begint vaak met: ‘weet juuuuh…?’ Eindigt vaak met: ‘Heb juuuuuh muuuuh wel gehoordddd?’ Ik heb een geweldige kleutermeestertijd gehad en een van mijn toenmalige kids is later ook juf geworden. Ik gaf haar een training en ze zei: ‘Weet je nog dat ik prinses wilde worden?’ Ik wist het nog. Omdat ik, ondanks dat ze dachten dat ik soms niet luisterde, wel alles hoorde. Ik ga vrijdag weer een team leerkrachten trainen. Dan begin ik niet door te praten over ziendromen, en wat er allemaal mis kan gaan in communicatie. Ik denk dat ik begin over mijn tijd als kleutermeester, en over de prinsessen die ik in mijn klas had…
morgen deel 7

Ziendromen (7)

Wie herinnert ze niet, die traumatische ervaring(en) op de basisschool. Bij mij leidde het tot bijzonder gedrag, afwijkend van elke norm. Oorzaak: rekenproblemen. Ik heb jarenlang gedroomd over cijfers. Ze joegen me achterna in mijn droom net zolang tot ik wakker werd. ‘De grondslag’ heette de rekenmethode. Onophoudelijke rijtjes grotdroge sommen die je ‘moest snappen om ze te maken’. En als we rekenkaarten uit een kaartenbak moesten halen vond ik de ‘beige’ kaarten het meest verschrikkelijk. Ik heb toen het Wcziendroom ontwikkelt, het kan niet anders. Definitie: de leerling dat op de meest vreemde (en vooral ongelegen) momenten nog even naar de wc moet terwijl je zeker denkt te weten dat hij/zij net is geweest. Het is min of meer goed gekomen. En toch kan ik die nachtmerrie spontaan, zo lijkt het, oproepen. Dan ben ik weer Jelte in klas 6 die beige kaarten moest maken maar er geen barst van snapte. Ik ondersteun leerkrachten die leerlingen hebben met allemaal hun eigen kleine “ziendromen”. We kijken naar de psychologische behoefte van elke leerling, en bekijken, vaak samen met ouders, hoe de batterij van elk kind opgeladen kan worden. *zucht* Er zijn momenten dat ik wilde dat ik terug kon gaan in de tijd om mezelf te observeren.
Morgen deel 8

Ziendromen (8)

Ik observeer in haar klas de leerkracht. Zo nu en dan zoekt ze mijn aandacht. Ze steekt, ten teken van groet, haar wijsvinger op waarna ze verzucht dat ze haar gum kwijt is, zonder dat ze een vraag aan wie dan ook stelt. Ze haalt haar schouders op bij een vraag van de juf en reageert met een “rubberen gezicht”. Niet veel later staat ze ongevraagd en onverwacht op (nadat ik zie dat ze de punt van haar potlood op haar tafel breekt) en schuifelt, met een puntenslijper om de punt van de potlood gedrapeerd, in mijn richting. De prullenbak is het doel. Oh nee, ze komt tussen mij en de prullenbak staan. ‘Ben je er weer?’ vraagt ze guitig en wacht mijn antwoord niet af. ‘Je komt zeker om op mij te letten hè?’ Ik trek mijn meest verbaasde, over the top toneelspelerige gezicht, zeg niets maar geef haar een box door mijn knokkels tegen die van haar te tikken. Ze gaat zitten, kijkt me aan, glimlacht, steekt haar wijsvinger op en gaat aan het werk. Ze was duidelijk op zoek naar contact. Haar juf zegt dat ze het puntenslijpziendroom heeft (op het meest bijzondere moment de potloodpunt breken om even te kunnen bewegen.) Ik weet dat ze intern gemotiveerd is als wordt voldaan aan haar psychologische behoefte: (speels) contact.
morgen deel 9

Ziendromen (9))

Mensen die me kennen zeggen wel eens: ‘Je was weer in je eigen bubble.’ Ik zie het als een compliment, en ze zeggen het meer als een constatering, en niet als een “het is niet OK – opmerking.” Ik denk dat mijn leerkrachten vroegâh het in de personeelskamer over me hadden en me het labeltje van het “Trechterziendroom” opplakten. Je weet wel: De leerling waarvan je denkt hij hij heel hard werkt maar ondertussen de gave heeft om ongezien niets te doen. Te herkennen aan… (nee, dit is bijna niet te herkennen, behalve als je gaat nakijken…). In mijn bubble verbind ik concepten, verbeeld ik hoe mijn volgende kinderboek er inhoudelijk uit gaat zien en bedenk ik bijzondere projecten voor basisscholen. Ik wil maar zeggen: het lijkt of ik niets doe, afwezig ben en me terugtrek uit verbinding terwijl ik eigenlijk bezig ben het schoolklimaat, de verbinding tussen leerkracht en leerling, te versterken (om maar iets te noemen waar ik momenteel over nadenk). Ik heb geen ziendroom. Ik ben Jelte en ik verbeeld. Dat dat er, in jouw ogen, uitziet als ‘dromerig’, ‘afwezig’, ‘introvert’ snap ik wel. Wil je weten wat ik verbeeld? Geef me dan de tijd om het te verwoorden en ik neem je mee in mijn verbeelding! morgen het laatste en tiende deel van deze serie over ziendromen.

Ziendromen (10) Ik heb de afgelopen dagen 9 ziendromen op een rijtje gezet. Ik betrapte mezelf er geregeld op dat ik leerlingen die niet het gedrag vertoonden dat paste bij mijn normen en waarden, of bij wat ‘we’ in het onderwijs standaard vinden, te beschrijven in termen van belemmerende factoren. Ik deed dat vaak omdat ik het dan niet over mezelf en mijn “onmacht” naar de leerling hoefde te hebben. Om mijn eigen distressgedrag weg te lachen door te beschrijven wat voor ‘afwijking/ziendroom’ de leerling heeft in plaats van te beseffen dat ik lijd aan het nietelkeleerlingbereikziendroom. Leerlingen hebben geen ziendroom. Er bestaan alleen leerlingen die we allemaal, elk met hun eigen kwaliteiten en behoeften, nog beter willen bereiken. Jij en ik willen dat. Ik heb mezelf in de spiegel gekeken en weet nu weer zeker wat mijn missie is: “We versterken het onderwijsklimaat zo dat elke leerling wordt bereikt.” Ik weet inmiddels hoe. Dat vertel ik tijdens workshops die ik geef door het land, tijdens teamtrainingen, nabesprekingen (na observaties) en lezingen. Neem contact met me op als je nieuwsgierig bent naar HOE ik dat aanpak. ziezkijkt@gmail.com 06 24127522.